Rowwad Vertaalcentrum — 552
61:6 En (gedenk) toen Isa, zoon van Maryam zei: “O kinderen van Israël! Ik ben de boodschapper van Allah voor jullie, de Thora (die) vóór mij (kwam) bevestigend, en geef het goede nieuws van een boodschapper na mij, wiens naam Ahmad zal zijn. Maar wanneer hij tot hen met duidelijke bewijzen kwam, zeiden zij: “Dat is duidelijke toverij.”
61:7 En wie begaat er een grotere zonde dan degene die een leugen over Allah verzint, terwijl hij tot de Islam wordt uitgenodigd? En Allah leidt niet het volk dat onrechtvaardig is.
61:8 Zij willen het licht van Allah met hun monden te doven. Maar Allah zal Zijn licht voltooien zelfs als de ongelovigen (het) haten.
61:9 Hij is het Die Zijn boodschapper met leiding en de godsdienst van de waarheid heeft gestuurd om het overwinnend te maken over alle (andere) godsdiensten zelfs als de afgodendienaars (het) haten.
61:10 O jullie die geloven! Zal ik jullie naar een zaak leiden die jullie van een pijnlijke bestraffing zal redden?
61:11 Dat jullie in Allah en Zijn boodschapper geloven, en dat jullie hard streven en vechten voor de zaak van Allah met jullie rijkdom en jullie leven, dat is beter voor jullie als jullie het maar wisten.
61:12 Hij zal jullie zonden vergeven, en jullie naar de tuinen verwijzen waar rivieren onder door stromen, een prettig verblijf in de tuinen der eeuwigheid, dat is voorzeker een groot succes.
61:13 En ook (zal Hij jullie) een andere (zegening geven) waar jullie van houden – hulp van Allah en een nabije overwinning. En geef goed nieuws aan de gelovigen.
61:14 O jullie die geloven! Wees de helpers van Allah zoals Isa, zoon van Maryam, tegen de discipelen gezegd heeft: "Wie zijn mijn helpers in de zaak van Allah?” De discipelen zeiden: “Wij zijn Allah Zijn helpers” Toen geloofde een groep van de kinderen van Israël en een groep van de kinderen van Israël was ongelovig. Dus gaven Wij macht aan degenen die geloven tegen hun vijanden en zij werden de machtigsten.