Rowwad Vertaalcentrum — 375
26:184 En vrees Hem Die jullie geschapen heeft en de generaties van voorheen.”
26:185 Zij zeiden: “Jij bent slechts één van de beheksten!
26:186 Jij bent slechts een mens zoals wij en waarlijk, wij denken dat jij één van de leugenaars bent!
26:187 Laat dus een stuk van de hemel op ons vallen als je tot de waarachtigen behoort!”
26:188 Hij zei: “Mijn Heer is Alwetend over wat jullie doen.”
26:189 Maar zij verloochenden hem, dus de bestraffing van de dag van de schaduw greep hen, voorwaar dat was de bestraffing van een geweldige dag.
26:190 Waarlijk hierin is zeker een teken maar de meesten van hen waren geen gelovigen.
26:191 En waarlijk! Jullie Heer is zeker de Almachtige, de Genadevolle.
26:192 En waarlijk, dit is een openbaring van de Heer van de werelden.
26:193 Waarmee de betrouwbare ziel (Djibriel) neerdaalde.
26:194 Op jouw hart, dat je één van de waarschuwers moge zijn [1].
26:195 In de duidelijke Arabische taal.
26:196 En waarlijk, het is (aangekondigd) in de Boeken van vroegere volkeren.
26:197 Is het geen teken voor hen dat de geleerden van de Kinderen van Israël het als (waarheid) kenden?
26:198 En als Wij het hadden geopenbaard aan één van de niet-Arabieren,
26:199 En hij had het voor hen gereciteerd, dan zouden zij het niet geloofd hebben.
26:200 En zo hebben Wij ervoor gezorgd dat het (ongeloof) de harten van de misdadigers binnentrad [1].
26:201 Zij zullen er niet in geloven totdat zij de pijnlijke bestraffing zien.
26:202 Het zal plotseling tot hen komen, terwijl zij het niet beseffen.
26:203 Dan zullen zij zeggen: “Kunnen wij uitstel krijgen?”
26:204 Zouden zij dan wensen dat Onze Bestraffing bespoedigd werd?
26:205 Zien jullie het dan niet als Wij hen nog jaren laten genieten,
26:206 En daarna komt tot hen die (bestraffing) die hen beloofd was!