Rowwad Vertaalcentrum — 368
26:20 Moesa zei: “Ik heb het gedaan toen ik onwetend was (voor de openbaring).
26:21 Dus vluchtte ik van jullie toen ik jullie vreesde. En toen heeft mijn Heer mij wijsheid geschonken en mij als één van de boodschappers aangewezen.
26:22 En dit is een vroegere gunst die jij mij verwijt – dat u de Kinderen van Israël tot slaven heeft gemaakt (en mij niet).”
26:23 Farao zei: “En wie is de Heer van de werelden?”
26:24 Moesa zei: “De Heer van de hemelen en de aarde en alles wat daartussen is, indien jullie overtuigd zijn.”
26:25 Farao zei tegen degenen om hem heen: “Horen jullie niet (wat hij zegt)?”
26:26 Moesa zei: “Jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen!”
26:27 Farao zei: “Waarlijk, jullie boodschapper die naar jullie toe is gestuurd is een dwaas!”
26:28 Moesa zei: “De Heer van het oosten en het westen en alles wat daar tussen is, als jullie dat kunnen begrijpen.”
26:29 Farao zei: “Als je een god anders dan mij kiest, zal ik je zeker onder de gevangenen plaatsen.”
26:30 Moesa zei: “En als ik je iets duidelijks breng (een teken).”
26:31 Farao zei: “Breng het dan, als je waarachtig bent!”
26:32 Dus gooide (Moesa) zijn stok en zie, het was een duidelijke slang.
26:33 En hij stak zijn hand uit en zie, voor alle toeschouwers was het wit!
26:34 (Farao) zei tegen de gezagdragers om hem heen: “Waarlijk! Dit is inderdaad een goed onderrichte tovenaar.
26:35 Hij wil jullie door zijn toverkunst uit jullie land verdrijven, wat is dan jullie raad en wat bevelen jullie aan?”
26:36 Zij zeiden: “Geef hem en zijn broer uitstel en stuur boodschappers naar de steden;
26:37 Om uw best getrainde tovenaars te verzamelen.”
26:38 Dus werden de tovenaars op een vastgestelde tijd op een aangewezen dag verzameld.
26:39 En er werd tegen het volk gezegd: “Verzamelen jullie je (ook)?