Rowwad Vertaalcentrum — 111
5:18 En de joden en de christenen zeggen: “Wij zijn de kinderen van Allah en Zijn geliefden.” Zeg: “Waarom straft Hij jullie dan voor jullie zonden? Nee, jullie zijn niets dan mensen, van degenen die Hij geschapen heeft, Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil. En aan Allah behoort het rijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is en tot Hem keren (allen) terug.
5:19 O mensen van het boek! Nu is tot jullie Onze boodschapper gekomen en maakt (zaken) duidelijk voor jullie, na een breuk in (de opvolging) van boodschappers, zodat jullie niet zeggen: “Tot ons kwam geen brenger van goed nieuws en geen waarschuwer." Maar nu is tot jullie een boodschapper van goed nieuws gekomen en een waarschuwer. En Allah is tot alles in staat.
5:20 En (gedenk) dat Moesa tot zijn mensen zei: “O mijn volk! Gedenk de gunsten die Allah jullie heeft gegeven, toen Hij profeten onder jullie maakte en onder jullie koningen heeft gemaakt en hij jullie geschonken heeft wat Hij niet aan anderen van de wereldwezens heeft gegeven.
5:21 O mijn volk! Ga het Heilige land binnen dat Allah aan jullie heeft toegekend en keer niet terug, want dan zullen jullie tot de verliezers terugkeren.
5:22 Zij zeiden: “O Moesa! In het (dit Heilige land) zijn mensen van grote kracht en wij zullen het nooit binnengaan, totdat zij weggaan; als zij weggaan gaan wij naar binnen.”
5:23 Twee mannen van hen die (Allah) vreesden en aan wie Allah Zijn gunsten had gegeven zeiden: “Val hen door de poort aan, want als jullie daar zijn, zal de overwinning aan jullie zijn en leg jullie vertrouwen (volledig) in Allah als jullie ware gelovigen zijn.”