Rowwad Vertaalcentrum — 77
4:1 O mensheid! vrees jullie heer, die jullie uit één enkele ziel heeft geschapen en (vervolgens) daaruit zijn vrouwelijke wederhelft schiep. En uit hen beiden heeft Hij vele mannen en vrouwen voortgebracht. En vrees Allah omwille van Wie jullie jullie wederzijdse (behulpzaamheid) vragen en (verbreek) de bloedverwantschap niet. Voorzeker, Allah is altijd en overal oplettend over jullie (daden).
4:2 En geef de wezen hun bezittingen en vervang (jullie) slechte zaken niet door (hun) goede zaken, en verslind hun spullen niet door het bij jullie spullen te voegen. Zeker, dit is een grote zonde.
4:3 En als jullie vrezen, dat jullie niet rechtvaardig met de wezenmeisjes kunnen handelen, trouw dan (andere) vrouwen naar keuze, twee of drie of vier, maar als jullie vrezen dat jullie niet rechtvaardig (met hen) kunnen handelen dan slechts één of wat jullie rechterhand bezit. Zo kunnen jullie beter voorkomen onrechtvaardig te handelen.
4:4 En geef de vrouwen (die jullie trouwen) hun bruidsschat als verplichte gift, maar als zij voor hun eigen genoegen, jou daar een deel van kwijtschelden [1], neem het dan en geniet er zonder vrees of kwaad.
4:5 En geef jullie eigendommen, die Allah als middel om jullie te onderhouden heeft gemaakt, niet aan de zwakzinnigen, maar voed en kleed hen daarmee en spreek vriendelijke en rechtvaardige woorden tot hen.
4:6 Beproef de wezen als zij de huwbare leeftijd hebben bereikt, als jullie ontdekken dat zij goed kunnen oordelen, geef hen dan hun eigendommen, maar verspil het niet in haast, opdat zij op zullen groeien. En wie onder hun voogden rijk is, moet geen loon nemen, maar als hij arm is, moet hij voor zichzelf nemen wat rechtvaardig en redelijk is. En als jullie hun eigendommen aan hen teruggeven, zorg dan dat er getuigen in hun aanwezigheid zijn. En Allah is voldoende in het vereffenen van de rekening.