Rowwad Vertaalcentrum — 594
89:23 En op die dag zal de hel in de nabijheid worden gebracht. Op die dag zal de mens zich herinneren. Maar hoe zal de herinnering hem bevallen?
89:24 Hij zal zeggen: “Wee! Had ik maar (iets) vooruit gestuurd voor (dit) leven!”
89:25 Op die dag zal dan niemand straffen zoals Hij zal straffen.
89:26 En niemand zal vastbinden zoals Hij vastbindt.
89:27 (En er zal tegen de vromen gezegd worden): “O ziel vol rust (door Iman).
89:28 Keer terug naar jouw Heer, tevreden over Zijn welbehagen!
89:29 Voeg je bij Mijn (rechtgeaarde) dienaren toe.
89:30 En treed Mijn paradijs binnen!
90:1 Ik zweer bij deze stad.
90:2 En jij bent vrij in deze stad.
90:3 En bij de verwekker en wat hij verwekt heeft.
90:4 Waarlijk, Wij hebben de mens geschapen om te zwoegen.
90:5 Denkt hij dat niemand hem kan overmeesteren?
90:6 Hij zegt: “Ik heb welvaart in overvloed verspild.”
90:7 Denkt hij dat niemand hem ziet?
90:8 Hebben Wij voor hem geen paar ogen gemaakt?
90:9 En een tong en een paar lippen?
90:10 En hem twee wegen laten zien (goed en slecht)?
90:11 Maar hij heeft zich geen moeite getroffen om het steile pad te begaan (goede daden).
90:12 En wat laat jullie weten wat een steil pad is?
90:13 (Dat is) het bevrijden van een slaaf.
90:14 Of het geven van voedsel op een hongerige dag.
90:15 Aan een verwante wees.
90:16 Of een arme die door de ellende getroffen is.
90:17 En behoorde hij vervolgens tot degene die geloofden en elkaar tot geduld aanspoorden en elkaar tot genade aandspoorden.
90:18 Zij zijn degenen aan de rechterzijde.