>

Rowwad Vertaalcentrum — 54

3:30 Op de dag waarop iedereen geconfronteerd zal worden met al het goede wat hij gedaan heeft en met al het slechte wat hij gedaan heeft, zal hij wensen dat er een grote afstand tussen hem en het kwaad is. En Allah waarschuwt jullie tegen Hemzelf en Allah is vol vriendelijkheid voor (Zijn) slaven.

3:31 Zeg: “Als jullie (echt) van Allah houden, volg mij (de weg van de Profeet Mohamed zijn Soenah) dan, Allah zal van jullie houden en jullie je zonden vergeven. En Allah is de meest Barmhartige, de meest Genadevolle.

3:32 Zeg: “Gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper.” Maar als zij zich afkeren, dan houdt Allah niet van de ongelovigen!”

3:33 Allah heeft Adam, Noeh, de familie van Ibraahiem en de familie van ‘Imran boven de wereldwezens uitverkoren.

3:34 Nageslacht, de één van de ander, en Allah is de Alhorende, de Alwetende.

3:35 (Weet dan) toen de vrouw van ‘Imran zei: “O Mijn Heer! Ik heb aan U beloofd om wat in mijn baarmoeder is aan Uw diensten toe te weiden, neem dit dus van mij aan. Waarlijk, U bent de Alhorende, de Alwetende.”

3:36 Nadat ze haar kind (Maryam) ter wereld had gebracht, zei ze: “O, Mijn Heer! Ik ben bevallen van een meisje – en Allah wist beter van wie zij was bevallen, maar het mannelijke (waar zij om had gesmeekt) is niet zoals het vrouwelijke – en ik heb haar Maryam genoemd. Ik zoek mijn toevlucht bij U voor haar en voor haar nageslacht tegen Shaytaan, de verworpene.”

3:37 Dus accepteerde haar Heer haar met vriendelijkheid. Hij liet haar op een goede manier opgroeien en bracht haar onder de hoede van Zacharias. Ieder keer als hij haar kamer binnen kwam om haar te bezoeken, ontdekte hij dat zij voorzien was van levensonderhoud. Hij zei: “O Maryam! Waar heb je dat vandaan?” Zij zei: “Van Allah.” Waarlijk Allah voorziet degenen die Hij wil van levensonderhoud, zonder beperking.