Rowwad Vertaalcentrum — 526
53:1 Bij de ster wanneer die neervalt.
53:2 Jullie metgezel (Mohammed) is niet afgedwaald en hij is niet van de waarheid afgeweken.
53:3 Noch spreekt hij uit eigen verlangen.
53:4 Het is slechts een openbaring die geopenbaard is.
53:5 Hij is onderwezen door de stevige kracht (djibriel).
53:6 De bezitter van kracht, die zich vervolgens verhief.
53:7 Terwijl hij aan het hoogste gedeelte van de horizon stond.
53:8 Terwijl hij (de engel de Profeet Mohammed) naderde en dichterbij kwam.
53:9 En op een afstand van twee booglengten of zelf minder.
53:10 Zo verkondigde (Allah) de openbaring aan Zijn dienaar.
53:11 Het hart van de Profeet loog niet van wat hij zag.
53:12 Zullen jullie dan met hem (de Profeet Mohammed) redetwisten over datgene wat hij zag.
53:13 En voorwaar hij (Mohammed) zag hem bij een andere neerzending.
53:14 In de buurt van de Sidrat al-Moentaha (een speciale boom die zich bevindt in het paradijs).
53:15 In de buurt daarvan is het paradijs.
53:16 Toen de boom bedekte, wat het bedekte!
53:17 Het zicht (van de Profeet Mohammed) keerde zich niet af noch ging het de grens voorbij.
53:18 Voorwaar hij zag de grootste tekenen van zijn Heer.
53:19 Hebben jullie ‘Lat’ en ‘Oezza’ gezien?
53:20 En Manat, de andere derde?
53:21 Zijn de mannen voor jullie en voor Hem de vrouwen?
53:22 Dat is zeker een oneerlijke verdeling!
53:23 Zij zijn alleen namen die jullie genoemd hebben – jullie en jullie vaderen – waarvoor Allah geen bevoegdheid voor heeft gegeven. Zij volgen slechts vermoedens en dat wat zij zelf willen, en er is zeker leiding van hun Heer tot hen gekomen!
53:24 Of zal de mens hebben wat hij wenst?
53:25 Maar aan Allah behoort het laatste en het eerste.
53:26 En hoeveel engelen zijn er in de hemel, wiens voorspraak niets zal baten behalve met Allah Zijn toestemming, voor degenen die Hij wil.