Rowwad Vertaalcentrum — 518
50:1 Qaf.[1] Bij de Edele Koran.
50:2 Welnee, zij zijn verbaasd dat er een waarschuwer tot hen is gekomen van hun eigen volk. Dus de ongelovigen zeggen: “Dit is iets vreemds!
50:3 Als wij dood zijn en tot stof geworden (worden we dan opgewekt?) Dat is een verre weg terug.
50:4 Wij weten wat de aarde van hen (van hun lichaam) neemt en bij Ons is het bewaarde boek.
50:5 Welnee, maar zij hebben de waarheid ontkend, toen zij tot hen gekomen is, dus zijn zij in een verwarde staat.
50:6 Hebben zij niet naar de hemel boven hen gekeken, hoe Wij haar gemaakt hebben en haar versierd hebben, en dat daar geen scheuren in zijn?
50:7 En de aarde! Wij hebben haar uitgespreid, en hebben daarin de bergen stevig neergeplant en hebben daarin vele laag groeiende (planten) gemaakt.
50:8 En inzicht en een herinnering voor elke dienaar die zich tot Allah keert in berouw [1].
50:9 En Wij hebben gezegend water uit de hemel naar beneden gestuurd vervolgens maken Wij daarmee tuinen en graan.
50:10 En hoge dadelpalmen, met gerangschikte groepen.
50:11 Een voorziening voor de dienaren. En Wij geven daarmee leven aan het dode land. Zo zal de herrijzenis zijn.
50:12 (niet alleen Qoeraysh verloochende hun profeet maar) ook vóór hen, het volk van Noeh, en de bewoners van Rass en de Thamoed.
50:13 En ‘Ad en Farao en de broeders van Loet.
50:14 En de Bewoners van het woud en de mensen van Toebba, ieder van hen ontkenden (hun) boodschappers, dus Mijn bedreiging kwam tot stand.
50:15 Hadden Wij dan genoeg van de eerste schepping gekregen? Welnee. Zij verkeren in verwaring over een nieuwe schepping.