Rowwad Vertaalcentrum — 483
42:1 Ha Miem.[1]
42:2 Ain Sien Qaf.
42:3 Zoals Allah aan jou (o Mohammed) heeft geopenbaard en aan degenen vóór jou dat Allah de Almachtige, de Alwijze is.
42:4 Tot Hem behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is, en Hij is de Allerhoogste, de Allergrootste.
42:5 Bijna splijten de hemelen boven hen, en de engelen verheerlijken de lofprijzing van hun Heer, en vragen om vergiffenis voor degenen die op aarde zijn (de gelovigen), waarlijk, Allah is de meest Vergevende, de meest Genadevolle.
42:6 En wat degenen betreft die anderen als helpers naast Hem nemen. Allah is beschermer over hen en jij bent geen zaak-waarnemer voor hen.
42:7 En zo openbaarden wij aan jou een Koran (in het Arabisch) zodat jij de moeder der steden (Mekka) zal waarschuwen en al wat daarom heen ligt. En waarschuw voor de Dag van de verzameling waarover geen twijfel is, wanneer een deel in het paradijs zal zijn en een deel in het laaiende vuur (de hel)!
42:8 En als Allah het gewild had, had Hij hen tot één volk kunnen maken, maar Hij kent aan wie Hij wil Zijn genade toe. En de onrechtvaardigen zullen geen beschermer hebben noch een helper.
42:9 Of hebben zij helper naast Hem aangenomen? Maar Allah – Hij alleen is de Beschermer. En Hij is het Die het leven geeft en neemt, en Hij is tot alles in staat.
42:10 En in de zaken waarin jullie van mening verschillen, daarvan ligt de besluitvorming bij Allah, zo is Allah, mijn Heer in Wie ik mijn vertrouwen leg en tot Hem keer ik mij in al mijn zaken en in berouw.