>

Rowwad Vertaalcentrum — 428

34:1 Alle lofprijzingen en dankbetuigingen zijn voor Allah, aan Wie alles wat in de hemelen en wat op aarde is toebehoord. Aan Hem zijn alle lofprijzingen en dank in het hiernamaals en Hij is de Alwijze, de Alwetende.

34:2 Hij weet wat op aarde gebeurt en wat er vandaan komt, en wat van de hemel naar beneden komt en wat er naartoe opstijgt. En Hij is de Genadevolste, de meest Vergevende.

34:3 Degenen die ongelovig zijn zeggen: “Het Uur zal niet tot ons komen.” Zeg: “Jazeker, bij mijn Heer, het zal tot jullie komen.” (Allah is) de Alwetende van het onzichtbare, zelfs niet het gewicht van een atoom of minder dan dat of groter dan dat ontsnapt aan Zijn kennis in de hemelen en de aarde, Of het staat in een Duidelijk Boek.

34:4 Dat Hij degenen die geloven en goede daden verrichten mogen belonen. Aan hen is de vergiffenis en de geweldige voorziening.

34:5 Maar degenen die tegen Onze tekenen streven om hen te dwarsbomen – die, voor hen zal er een zware, pijnlijke bestraffing zijn.

34:6 En degenen die kennis is gegeven, zien dat wat er aan jou geopenbaard is door jouw Heer de waarheid is, en leidt naar het pad van de Almachtige, De meest prijzenswaardige.

34:7 Degenen die ongelovig zijn, zeggen: “Zullen wij jullie naar een man verwijzen die jullie zal vertellen (dat) wanneer jullie volledig tot stof zijn geworden jullie dan (opnieuw) geschapen zullen worden?”