Rowwad Vertaalcentrum — 378
27:14 En zij verloochenden de tekenen valselijk en hooghartig, hoewel zij zelf ervan overtuigd zijn. Zie dus wat het einde van de verderfzaaiers is.
27:15 En zeker Wij gaven Dawoed en Soeleiman kennis en beiden zeiden: “Alle lofprijzing en dank behoort aan Allah, Die ons verkozen heeft boven velen van Zijn gelovige slaven!”
27:16 En Soeleiman beërfde (de kennis en koningschap van) Dawoed. Hij zei: “O mensheid! Ons is de taal van de vogels geleerd, en wij hebben allerlei zaken gekregen. Dit is echt een duidelijke gunst.”
27:17 En zij werden voor Soeleiman verzameld, zijn leger van djinn en mensen en vogels en zij werden allen in slagorde opgesteld.
27:18 Totdat zij bij het dal van de mieren kwamen, en één van de mieren zei: “O mieren! Ga jullie huizen binnen opdat Soeleiman en zijn leger jullie niet verpletteren (en jullie onder de voet lopen) terwijl zij het niet beseffen.”
27:19 Dus hij (Soeleiman) glimlachte door hun toespraak en zei: “Mijn Heer! Inspireer mij en geef mij de macht en de mogelijkheid dat ik dankbaar ben voor Uw gunsten die U aan mij en mijn ouders gegeven heeft en dat ik goede daden moge verrichten die U tevreden maken en voeg mij door Uw genade toe aan Uw rechtgeleide slaven.”
27:20 Hij inspecteerde de vogels en zei: “Hoe komt het dat ik de (fladderende) hop niet zie. Of behoort hij tot de afwezigen?
27:21 Ik zal hem zeker met een zware straf bestraffen of hem te slachten, tenzij hij een duidelijke (en overtuigende) reden heeft (voor zijn afwezigheid).”
27:22 Maar de hop bleef niet lang weg en zei (in alle bescheidenheid): “Ik ben iets te weten gekomen wat jij nog niet weet: ik kom van Saba`, (een stad in Jemen), naar jou toe met waarachtig nieuws.”