>

Rowwad Vertaalcentrum — 317

20:77 En voorwaar Wij hebben Moesa geopenbaard (zeggende): “Reis met Mijn dienaren in de nacht en sla een droog pad voor hen in de zee, vrees niet te worden overvallen noch wees bang.”

20:78 Toen achtervolgde Farao hen met zijn leger, maar het zeewater overspoelden hen volledig en bedekten hen.

20:79 En Farao liet zijn mensen dwalen, en hij leidde hen niet.

20:80 O kinderen van Israël! Wij hebben jullie van jullie vijand bevrijd en hebben met jullie een Verbond afgesloten aan de rechterkant van de Berg en Wij hebben zoetig drank (geen alcohol) en kwartels naar jullie neergezonden.

20:81 (Zeggende): “Eet van de goede wettige zaken waarmee Wij jullie voorzien hebben en overtreed daarin niet zodat Mijn woede niet gerechtigd op jullie zal neerdalen. En hij waarover Mijn woede komt zal zeker verdwijnen.”

20:82 En waarlijk, Ik vergeef beslist degene die berouw toont (voor zijn zonden), gelooft (in Mijn éénheid), goede daden verricht (zowel de verplichte als de vrijwillige) en daarmee voortgaat (tot de dood).

20:83 “En wat deed jou vooruitlopen op jouw volk, o Moesa?”

20:84 Hij zei: “Zij zijn vlak achter mij en ik haast mij tot U O mijn Heer, dat U tevreden moge zijn.”

20:85 (Allah) zei: “Waarlijk! Wij hebben jouw volk in jouw afwezigheid beproefd en As-Samiri heeft hen doen afdwalen.”

20:86 Toen keerde Moesa boos en verdrietig terug tot zijn volk. Hij zei: “O mijn volk! Heeft jullie Heer niet een oprechte belofte afgelegd? Duurde het soms lang voor jullie tot die belofte uitkwam? Of wensten jullie dat de woede van jullie Heer over jullie zou neerdalen, omdat jullie jullie afspraak met mij gebroken hebben."

20:87 Zij zeiden: “Wij hebben niet uit vrije wil onze belofte aan jou verbroken maar wij werden gedwongen het gewicht van de sieraden van het volk te dragen, toen hebben wij het (in het vuur) geworpen en dat was wat As-Samiri voorstelde.