Rowwad Vertaalcentrum — 314
20:38 Toen Wij jouw moeder inspireerden met dat wat Wij inspireerden.
20:39 “Leg hem in een kistje en leg het in de rivier, dan zal de rivier het op een oever laten stranden en daar, zal een vijand van Mij en een vijand van hem, hem nemen.” En Ik voorzag je van Mijn liefde zodat je onder Mijn toezien grootgebracht zou worden,
20:40 Toen jouw zus ging en zei: “Zal ik u iemand laten zien die hem kan zogen?” Op die manier brachten Wij je bij je moeder terug, zodat zij haar ogen kon koelen en dat ze niet bedroefd zou zijn. Toen doodde jij een man, maar Wij redden jouw van een groot probleem en hebben je met een zware beproeving beproefd. Toen bleef jij een aantal jaren bij het volk van Midian. Toen kwam jij hier volgens een vastgestelde termijn terug dat Ik voor jou bepaald hebt, O Moesa.
20:41 En Ik heb jou voor Mijzelf gekozen.
20:42 Ga samen met jouw broer met Mijn tekenen en jullie beiden mogen niet verslappen of zwak worden in de Gedenkenis tot Mij.
20:43 Ga, jullie beiden naar de Farao, waarlijk, hij heeft overtreden.
20:44 En spreek vriendelijk tot hem, misschien zal hij de vermaning aannemen of Allah vrezen.”
20:45 Zij zeiden: “Onze Heer! Waarlijk! Wij vrezen dat hij zich zou haasten ons te bestraffen of dat hij zal overtreden."
20:46 Hij zei: “Vrees niet, Waarlijk! Ik ben met jullie beiden, horend en ziend.
20:47 Ga dus samen naar hem toe en zeg: “Waarlijk, wij zijn de boodschappers van uw Heer, laat dus de Kinderen van Israël met ons meegaan, en martel hen niet, voorwaar, wij zijn gekomen met een teken van uw Heer! En vrede zal voor degenen zijn die leiding volgen.
20:48 Waarlijk, er is ons geopenbaard dat de bestraffing zal komen voor degenen die ontkent en zich afkeert."'
20:49 Farao zei: “Wie dan O Moesa is de Heer van jullie twee?”
20:50 (Moesa) zei: “Onze Heer is Degene Die alles zijn vorm en zijn aard geeft, en het dan goed leidt.”
20:51 (Farao) zei: “Wat betreft de vroegere generaties dan?”