Rowwad Vertaalcentrum — 297
18:28 En wees geduldig (op de weg van Allah, dus kennis opdoen en dat omzetten in aanbidding, standvastig blijven, als je een fout maakt; Tawwba verrichten, en daar mee geduld hebben) samen met degenen die hun Heer in de ochtend en de avond aanroepen, zodoende (slechts) Zijn aangezicht zoekend. En wend jouw ogen niet van hen af, omdat je de pracht en praal van het leven op aarde verlangt. Gehoorzaam niet degenen wiens harten Wij achteloos voor Onze gedenking hebben gemaakt. Hij die zijn eigen lusten volgt in buitensporige zaken (dit vers is ook het bewijs dat het verplicht is om goede vrienden te hebben als ze er zijn).
18:29 En zeg: “De waarheid is van jullie Heer.” Ieder die wil, laat hem geloven en ieder die niet wil, kan ongelovig zijn. Waarlijk, Wij hebben voor de onrechtvaardigen een vuur voorbereid waarvan de muren hen zullen omringen. En als zij om hulp schreeuwen dan worden zij te hulp geschoten water krijgen als kokende olie, dat hun gezichten zal wegbranden. Vreselijk om te drinken en een kwade verzamelplaats.
18:30 Waarlijk! Voor degenen die geloven en goede daden verrichten – zeker! Wij zullen de beloning van iedereen die (goede) daden op de beste manier verricht niet verloren laten gaan.
18:31 Voor hen zullen er eeuwig durende tuinen zijn; daar stromen rivieren onderdoor, daarin zullen zij versierd worden met gouden armbanden en zij zullen groene kleding dragen van fijne en dikke zijde. Zij zullen daarin rusten op verheven sofa’s. Geweldig is de beloning en wat een uitmuntende rustplaats.
18:32 En geef hen het voorbeeld van de twee mannen; aan één van hen hadden Wij twee tuinen met druivenstokken gegeven en Wij hadden beiden omringd met dadelpalmen; en hadden daartussen bewerkte velden geplaatst.
18:33 Elk van deze twee tuinen bracht haar vruchten voort, en deed niet in het minst daarin tekort en Wij zorgden voor een rivier die tussen hen doorstroomde.
18:34 En hij had bezit (of fruit) en hij zei tegen zijn metgezel tijdens een wederzijds praatje: “Ik heb meer welvaart en naasten dan jij.”