>

Rowwad Vertaalcentrum — 165

7:121 Zij zeiden: “Wij geloven in de Heer van de wereldwezens.

7:122 De Heer van Moesa en Haaroen.”

7:123 Farao zei: “Geloven jullie in hem (Moesa) voordat ik jullie daartoe toestemming geef? Waarlijk, dit is een samenzwering die jullie gesmeed hebben in de stad om zijn bewoners uit te drijven, maar jullie zullen het te weten komen.

7:124 Zeker, ik hak jullie handen en voeten in tegengestelde kant af, dan zal ik jullie allen kruisigen.”

7:125 Zij zeiden: “Waarlijk, wij zullen tot onze Heer terugkeren.

7:126 En u neemt alleen maar wraak op ons, omdat wij in de tekenen van onze Heer geloven toen het ons bereikten! Onze Heer! Giet geduld over ons uit en zorg ervoor dat wij als moslims zullen sterven.”

7:127 De leiders van de mensen van de Farao zeiden: “Wilt u Moesa en zijn mensen onheil over het land laten verspreiden om u en uw goden af te zweren?” Hij zei: “Wij zullen hun zonen doden en hun vrouwen laten leven en wij hebben beslist een onweerstaanbare macht over hen.”

7:128 Moesa zei tegen zijn mensen: “Zoek de hulp bij Allah en wees geduldig. Waarlijk, de aarde behoort aan Allah, Hij geeft het als erfenis aan wie Hij wil van Zijn slaven. En een gezegend einde is er voor de godvrezenden...”

7:129 Zij zeiden: “Wij hebben veel geleden tot jij kwam en ook sinds je gekomen bent.” Hij zei: “Het zou kunnen zijn dat jullie Heer jullie vijand zal vernietigen en jullie tot opvolgers op aarde maakt, zodat Hij kan zien hoe jullie handelen?”

7:130 En voorwaar, Wij bestraften de mensen van de Farao met jaren van droogte en tekorten aan vruchten, opdat zij het zullen weten.