>

Rowwad Vertaalcentrum — 521

51:7 Bij de hemel vol in schoonheid.

51:8 Voorwaar, jullie hebben verschillende opvattingen (over de Koran).

51:9 Afkeer van de Koran heeft degene die zelf afgekeerd is.

51:10 Vervloekt zijn de leugenaars.

51:11 Die onder een verdrinking van achteloosheid zijn.

51:12 Zij vragen: “Wanneer zal de dag van de vergoeding zijn?”

51:13 (Het zal) een dag (zijn) waarop zij boven het vuur beproefd worden!

51:14 “Proef jullie beproeving! Dit is wat jullie wilden bespoedigen!"

51:15 Waarlijk, de godvrezenden zullen in het midden van de tuinen en de bronnen zijn.

51:16 Zich in de zaken verheugend die hun Heer hen gegeven heeft. Waarlijk, vroeger waren (tijdens hun leven) zij de weldoeners (zijn wij dat nu ook?).

51:17 Zij sliepen maar weinig tijdens de nacht (want het grootste deel daarvan brachten zij door in gebed al dobberend tussen liefde, vrees en hoop).

51:18 En in de laatste uren van de nacht vragen zij Allah om vergiffenis (dus na het nachtgebed en vóór salat al-Fadjr, het nachtgebed mag ook kort zijn).

51:19 En van hun bezittingen was er een rechtmatig aandeel voor de vragende armen en de armen die zich weerhielden van bedelarij.

51:20 En op aarde zijn er tekenen voor degenen die een zeker geloof hebben.

51:21 En ook in jullie zelf, zien jullie dan niet!

51:22 En in de hemel is jullie voorziening en dat wat jullie beloofd is.

51:23 Bij de Heer van de hemel en de aarde, het (de Koran) is de waarheid even als het de waarheid is dat jullie kunnen spreken.

51:24 Heeft het verhaal van de edele gasten van Ibraahiem jullie bereikt?

51:25 Toen zij tot hem kwamen en zeiden: “Vrede zij met jou!” Hij antwoordde: “Vrede zij met jullie” en zei: “Jullie zijn onbekende mensen voor mij.”

51:26 Toen keerde hij zich tot zijn huishouding, en bracht zo een flink kalf.

51:27 En plaatste het voor hen (zeggende): “Willen jullie niet eten?”

51:28 Toen werd hij bang voor hen (omdat engelen niet eten en drinken). Zij zeiden: “Vrees niet” En zij gaven hem het goede nieuws van (de geboorte van) een zoon die kennis zal hebben.

51:29 Toen kwam zijn vrouw tevoorschijn met een luide stem, zij sloeg haar gezicht en zei: ”Ik ben een oude onvruchtbare vrouw!”

51:30 Zij zeiden: "Zo heeft jouw Heer bepaald. Waarlijk, Hij is de Alwijze, de Alwetende.”